De preek van de bisschop in de Heilige Kerstnacht

 Lezingen:Jesaja 9:1-6;Titus 2:11-14;Lukas 2:1-20. 
dr. D.J.Schoon, O.K. bisschop van Haarlem:

 Een witte kerst is mooi, vinden we. Maar waarom vinden we dat? Misschien omdat het ons gewone leven verandert. Als heel Nederland na één sneeuwbui al plat ligt, gebeurt dat. Hier in de kerk vroegen we ons afgelopen zondag af, hoeveel mensen de sneeuw zouden trotseren - en tot overmaat van ramp deed ook de kachel het niet. Maar toch: we waren met een ruim veertig mensen en dat is helemaal niet slecht voor de zondag vóór de drukke Kerst. En wat betreft de temperatuur: mensen gingen wat dichter op elkaar zitten, ze hielden elkaar warm. Kortom: we hadden - zoals eigenlijk elke week - een prachtige dienst. De sneeuw maakte het bijzonder en de kilte in de kerk ook. Ik las dat het weerbericht op die eerste sneeuwavond van de week het drukst bekeken programma op tv was. Op de tramhalte maakten mensen een praatje met elkaar; als er hier voor de deur iemand onderuit ging met de fiets of de scooter, werd er geholpen. Kortom: dat wat het leven ontregelt, brengt mensen bij elkaar. 

Blijkbaar moet ons leven ontregeld worden om ons te laten beseffen wat er werkelijk van waarde is. Je zag deze week de geiten geruimd worden - dat woord alleen al, 'ruimen', het is toch gewoon móórd op dieren! In de bijbel, in het Oude Testament staan voorschriften voor het brengen van dierenoffers. En er staat dan een raadselachtig voorschrift bij. De priester die het beest ter slachting leidt, moet zijn hand op het hoofd van het offerdier leggen en iets in zijn oor fluisteren. Wát die priester moet fluisteren wordt er niet bij gezegd, maar ik kan me voorstellen, dat het zoiets is als: 'Neem me niet kwalijk, lief dier, maar wij mensen vinden het nodig dat er gedood wordt. Om te eten, om de goden van onze tijd gunstig te stemmen...' Al die mooie geiten die nieuwsgierig op de camera komen aflopen en niet weten wat hun twee minuten later te wachten staat. Offers die wij brengen voor de goden van onze welvaart, onschuldige dieren, of voor hetzelfde geld: onschuldige mensen die op veel te veel plaatsen in de wereld gedood worden door geweld of door honger. Wat moet er gebeuren om ons te ontregelen, om ons duidelijk te maken dat er iets fundamenteel mis is met onze manier van leven? 

In het evangelie van vandaag wordt over zo iets ontregelends verteld. Lukas zet zijn verhaal in bij de wereldheersers van zijn tijd, keizer Augustus en de stadhouder van Syrië-Palestina Quirinius. Het gaat over een inschrijving, een volkstelling - ja, wij tellen graag, dat is de regel van onze wereld. Dat doen wereldheersers om te weten hoeveel mensen hun onderdanen zijn, om vervolgens belasting te kunnen heffen en recruten voor hun legers te ronselen. Macht en geweld, daarmee zet het Lukasevangelie van vanavond in. Maar eerder hoorden we de profeet Jesaja, die zes eeuwen eerder droomt over de dreunende laars en de mantel in bloed gewenteld, die verbrand zullen worden. Dat zijn woorden die bedoeld zijn om ons bemoedigen. Maar als je die woorden voor de zoveelste keer hoort, ouder geworden en stakkerig wijs, zoals Nescio zegt, met al het leed in je persoonlijke bestaan, in de levens van je vrienden en bekenden en in de wereld voor ogen - als je dan die woorden hoort, hoe hoor je ze? Zou jen niet gaan wanhopen, omdat de wereld sinds Jesaja of sinds Lukas nauwelijks beter is geworden? Omdat er nog steeds dreunende laarzen en mantels in bloed gewenteld zijn? Of moet je - en dat is de sprong van het geloof - je verheugen over het wonder dat die wereld die zo akelig gewoon is, ontregeld kan worden, door Gods woord dat de profeet spreekt, Gods woord dat mens wordt in Jezus Christus. Het is het waagstuk van de kerk van alle tijden, om geen genoegen te nemen met een wereld van macht en geweld, maar altijd en voortdurend de vrede te verkondigen. 'Vrees niet', zegt de engel vanavond tot de herders, 'vreest niet' zal de engel straks zeggen als de vrouwen naar het graf gaan van wie ze dood wanen. Dat is het centrale woord van de hele bijbel: houd vast aan de God van Israel, ga de weg die Jezus gaat, een weg van geloof, hoop en liefde, en je zult léven ontdekken, licht in de donkerste duisternis, leven als de dood om je heen is. 

Hier hoort je wat geloven betekent. Geloven is niet star vasthouden aan bepaalde regels die voor ons verstand niet te begrijpen zijn. Geloven is open staan voor het wonder van de ontregeling, het is op weg gaan, in beweging blijven, verder kijken dan wat nu eenmaal zo is, verder hopen dan een wereld van orde en regelmaat, de wereld van macht en geweld. Het is nog niet zo lang geleden, dat weldenkende mensen ervan overtuigd waren dat de kerk passé was. Ja, misschien nog iets voor oude vrouwen of bijgelovige mensen, maar niet iets voor mensen die hun verstand hadden leren gebruiken. Die tijd is voorbij. Wetenschap en techniek brengen ons vooruitgang - ik tel wat dat betreft zeker mijn zegeningen - maar ze brengen tegelijk nieuwe vragen met zich mee. Het is goed dat we mensen die vroeger dood gegaan zouden zijn, kunnen genezen. Maar waar ligt de grens? Het is mooi, dat we elke dag vlees kunnen eten. Maar welke prijs aan dierenleed zijn we bereid daarvoor te betalen? Het mag toch wonderlijk heten, dat een partij voor dieren voldoende aanhang krijgt om in de Tweede Kamer  vertegenwoordigd te zijn. Dat zegt al iets over de onvrede met onze welvaart, het is een teken van de kentering van de tijd. Mensen zoeken naar het wonder, iets dat de regel van macht en geweld, van steeds méér doorbreekt. We merken dat hier in de parochie ook, want er treden mensen toe. Dat zijn niet alleen ouderen, die alles wat de wereld te bieden heeft al gezien en gedaan hebben en nu tot de kern van hun bestaan komen. Maar het zijn ook jonge mensen, die op zoek zijn naar zin in hun leven, naar stilte en bezinning, en aansluiting zoeken bij de traditie van de kerk van alle tijden. Om het anders te zeggen: mensen zíen, dóórzien de goden van onze wereld, goden van macht en geweld, en ze zoeken naar de God van Israel, de God die zijn volk bevrijdt en het op weg zet naar een wereld van recht en gerechtigheid. 

In het kind van wie we vanavond de geboorte vieren herkennen wij deze God van Israel. Want het leven van dit kind zo jong als het is én als het straks volwassen is, zijn woorden en zijn daden, die werken ontregelend, die doorbreken de heersende machten. Hij ziet om naar armen, naar zieken en naar mensen die buitengesloten zijn. Hij geeft het antwoord op onze levensvragen, het éne antwoord dat er werkelijk toe doet als het erop aan komt, namelijk: vrees niet, je bestaan is geborgen, je naam staat geschreven in de palm van Gods hand. Als déze zekerheid de basis van je bestaan vormt, begrijp je de bevrijdende strekking van de woorden van Jesaja, dat de laars en de bloedmantel verbrand zullen worden. Je begrijpt dan, waarom dit kind in een kribbe geboren wordt. En als je dat begrijpt, wat zou je dan nog kunnen wanhopen? Zelfs als je eigen leven wordt bedreigd door wat dan ook, dan weet je dat niet jijzelf je leven hoef te beheersen, maar dat je je kunt overgeven aan de God van het leven. De dichter Ad den Besten verwoordt het aldus (gezang 709): 

Gij hebt, o God, dit broze bestaan gewild,

hebt boven 't nameloze mij uitgetild, -

laat mij dan dankbaar leven, de volle tijd,

geborgen in de bevende zekerheid,

dat ik niet uit dit smal enonvast bestand

van mijn bestaan zal vallen dan in uw hand. 

Ik wens u allen een zalig kerstfeest.

Amen.

Oud-katholieke parochie Amsterdam | Techniek: Sync. Creatieve Producties