Overweging voor 3 januari 2010, vespers nieuwjaarsontmoeting bisdom Haarlem.

 Lezing: Romeinen 15:7-13.

 De Schriftlezing die we zojuist hebben gehoord vormt de opmaat tot het sluitstuk van Paulus' brief aan de gemeente in Rome. En zoals wel vaker als je een brief gaat afsluiten, vat je nog één keer kort en krachtig samen wat je eerder hebt geschreven. 'Neemt elkaar aan', schrijft Paulus dan, 'zoals ook de Christus ons heeft aangenomen, tot glorie van God'. De hele brief aan de Romeinen gaat over dit wederzijds accepteren van verschillende groepen binnen die éne gemeente van Rome. Met name diegenen die van joodse komaf zijn en zich houden aan de voorschriften in de wet van Mozes - Paulus duidt die groep mensen aan met 'de besnijdenis' - en diegenen die van niet-joodse, heidense komaf zijn en die die voorschriften dus niet houden, dat is de spanning die door de hele brief heen loopt. Heel in het bijzonder noemde Paulus één hoofdstuk eerder de spijswetten als het onderscheidende punt. De joodse christenen aten bepaalde zaken niet, terwijl de niet-joodse christenen dat wel deden - en daarover maakten ze ruzie met elkaar. 'Neemt elkaar aan', dat betekent dus: aanvaardt elkaar mét de verschillende levenswijze waarvoor je hebt gekozen.

 

Als je die situatie vertaalt naar onze eigen situatie, zijn dat soort scheidslijnen ook bij ons te ontdekken. Het lijkt er in onze tijd soms wel eens op, dat mensen zich méér dan vroeger sterk maken om zichzelf een positie te verschaffen. En hoe? Door méér, sterker of rijker dan anderen te zijn; door harder te praten en vooral aan het woord te blijven, ook al heb je niet veel te melden; door vooral in beeld te blijven, want het beeld bepaalt je populariteit. Als je zo met Kerstmis en rond de jaarwisseling alle Bekende Nederlanders elkaar ziet onderhouden, krijg je het toch wel een beetje benauwd. Iedereen heeft het hoogste woord, maar wordt er ook iets gezegd? Het land is in crisis - of is er eigenlijk alweer uit, naar het schijnt, zonder dat we weten waar precies die 35 miljard bezuinigd gaat worden. De wereld is in crisis, met een productie- en een consumptiegedrag dat ethisch onverantwoord is, omdat het de toekomst van onze planeet bedreigt. En ook onze kerk ontkomt er niet aan: wat spenderen we een hoop woorden om onze identiteit te ontdekken of te versterken. Waarom? Omdat we onzeker zijn over de toekomst van onze parochies, van onze oud-katholieke kerk. Maar betekent die onzekerheid eigenlijk niet, dat we tekort schieten in geloof?

 

Voordat we gaan praten over oud-katholiek, moeten we onszelf eerst als christen beschouwen. Om het met de woorden van Paulus zelf te zeggen: je bent aangenomen door de Christus. En wat betekent die aanneming? Het betekent dat je ergens bijhoort. In Christus heeft God zijn belofte aan Israël vervuld en diegenen die er eerst niet bijhoorden, erbij geroepen tot mede-erfgenamen van zijn koninkrijk. De zegen waarmee God in het eerste verbond zijn volk Israël zegende, is als het ware via die zoon van Israël, Jezus van Nazaret, aan alle volkeren ten deel gevallen. Ook de heidenen, die voorheen van die zegen uitgesloten waren omdat ze de God van Israël niet kenden, die zijn nu tot dat nieuwe verbond toegetreden, tot de grenzenloze gemeenschap die de kerk is. Daarom spreekt Paulus hier ook niet over Jezus, maar over de Christus - dat wil zeggen: diegene die vanaf den beginne Gods scheppingswoord is geweest, door wie alle dingen gemaakt zijn en die nu, in de volheid van de tijd, in Jezus van Nazaret mens geworden is. En vandaar dan ook die citaten uit de psalmen en de profeten, om aan te geven dat de zegen van God niet exclusief aan Israël is gegeven, maar inclusief bedoeld is, dat wil zeggen: de zegen over Israël vindt zijn voltooiing in de zegen over alle volkeren, joden én heidenen worden samengebracht in een nieuwe, alle grenzen doorbrekende gemeenschap, de kerk.

 

uitgesproken door dr. Dirk Jan Schoon, OK Bisschop van Haarlem

Oud-katholieke parochie Amsterdam | Techniek: Sync. Creatieve Producties