De Preek van 24 januari

24 januari 2010

  

Overdenking gehouden op 24 januari 2010 (3de zondag in de Epifanie) in de oud-katholieke kerk in Amsterdam

 

Afgelopen week keek ik naar een oude aflevering van het TV-programma 'Het Vermoeden'.  Het was een gesprek met de grand old lady  van de Nederlandse feministische theologie, Catharina Halkes. Het thema ervan was 'De Geest'. Halkes vertelde dat ze, door een ziekte, jarenlang met ademhalingsmoeilijkheden te kampen had gehad. Haar leven was daardoor zo goed als onmogelijk geworden. En toen vond ze een chirurg die in staat was haar te helpen. Na de operatie merkte ze plotseling dat ze weer vrij kon ademen. Dit was voor Catharina Halkes dé ervaring van de Geest. Ze verwees naar het Hebreeuwse woord voor  geest - en tevens voor wind en adem - ruach. Zo moet je het uitspreken, zei, ze: als een bevrijdende zucht: ruah, als het kreunen tijdens de liefdesdaad of tijdens het baren. De geest: zuchten en kreunen dat ruimte schept. Ruimte om te leven.

 

Was dit ook de ervaring van Jezus? Toen hij in de synagoge van zijn vaderstad binnenkwam, was zijn faam hem al voorafgegaan. Als  beroemdheid werd hem de boekrol van Jesaja overhandigd om eruit voor te lezen. En hij was gezalfd, gesterkt door de Geest, noteert de evangelist. De uitleg die daarna volgde was wellicht de kortste preek die ooit is gehouden. Maar één enkele zin: vandaag is wat ik u heb voorgelezen in vervulling gegaan. Die durft... Mijn gedachten gaan nog veel verder terug in de tijd dan afgelopen week. Als eerstejaars student theologie ging ik een bekende Poolse Jood interviewen. En op een gegeven moment stelde ik de waarom-vraag: Waarom kunnen de Joden Jezus niet als de beloofde Messias erkennen? Mijn gesprekspartner zweeg een moment lang, toen stond 'ie op en deed het raam open. De geluiden van de stad drongen zijn studeerkamer binnen. Ergens in de verte hoorden wij de sirene van een ambulance, dichterbij het gevloek van een dronkaard die voor het huis. 'Daarom', zei de man. Het was een overduidelijk antwoord. Zeker als je het naast die korte en krachtige proclamatie van Jezus legt. Vandaag? In vervulling gegaan? Kom nou, inmiddels zijn we 2000 jaar verder en, wees maar eerlijk, merk je daar iets van? Een bespotting is het van mensen die in de schuld zitten, van blinden en gevangenen en onderdrukten. We zouden die bladzijde van het evangelie beter overslaan, samen met die profetie van Jesaja. Er komt toch niets van terecht. Een prietpraat is dat, wishful thinking en niets anders.

 

Maar laten we nog even teruggaan naar die ruah-ervaring van Catharina Halkes. Ondanks haar leeftijd is ze iemand die nog steeds volop in het leven staat en haar kijk op de wereld is allesbehalve naïef. Ze maakt zich zorgen, trouwens ook om de toekomst van het feminisme waarmee haar naam onlosmakelijk is verbonden, ze hekelt de algemene verharding van de samenleving, het onvermogen om naar elkaar te luisteren, de bangmakerij voor de islam en überhaupt voor alles wat anders is en toch... Toch durft ze te vertellen over de gave van het leven, over haar bevrijding uit ademnood. Ze ziet er broos en kwetsbaar uit, ze klinkt alsof het spreken haar behoorlijk wat moeite kostte maar ze zingt een loflied op het leven. Is dit een kwestie van durf of kan ze niet anders, juist omdat ze de werking van de Geest, van die adem van God heeft ervaren? Was dít ook de ervaring van Jezus? Misschien kon hij, vervuld als 'ie was van de goddelijke Geest, ook niet anders dat uitroepen, in zekere zin tegen beter weten in: Vandaag, hier en nu, gebeurt het. Misschien wanneer de Geest van God, dezelfde Geest, die in het scheppingsverhaal boven de wateren zweefde om die gevaarlijke wateren, de chaos, in een bewoonbaar land te veranderen, je vervult, je doordrenkt, misschien kan je dan inderdaad niet anders dan een genadejaar van de Heer uitroepen. Misschien kan je niet anders dan de lofzang op het leven aanheffen. Zoals in dat bekend liedje van Boudewijn de Groot:

 

... hij stond wijdbeens in het zand
was voor de woeste zee niet bang
en schreeuwde net zo lang
tot de vloed zich keerde

Ik kom eraan ik kom eraan
zee wind zon oceaan
ik kom eraan

 

Het is een voorrecht van de profeten om te zien gebeuren, wat voor anderen niet zichtbaar en om te juichen om waard de anderen schande van spreken. En het is een voorrecht van hem die we 'de Zoon van God' noemen om het profetisch woord, het Woord van God, in zichzelf, in zijn eigen lichaam, zijn eigen vlees en bloed, te vertegenwoordigen, present te stellen: onder de mensen.

 

Maar in de 2de lezing van vandaag hoorden we eigenlijk hetzelfde over onszelf: wij allen, (...), zijn in de kracht van een en dezelfde Geest tot één lichaam gedoopt,
en allen zijn wij doordrenkt van één Geest
. Is het zo? Zo meteen gaan we samen de Eucharistie vieren. Wie ooit in Griekenland is geweest, of tenminste bij 'de Griek' om de hoek, weet wat het woord eucharidzoo betekent: bedankt! Waarvoor danken wij? Voor de onvervulde wensen, losse beloftes? Of gedenken we hem, en al gedenkend, stellen we  present: de mens die niet alleen in zijn korte preek maar vooral door hoe hij was, hoe hij leefde en stierf, een perspectief heeft geschapen. Voor ons allemaal. Een ruimte om tot leven te komen. Niet een leven waar alles gelijk pais en vree zal zijn, maar wel ééntje dat de moeite waard is. Een ruimte waarin al die lichaamsdelen waar apostel Paulus het over heeft, hoe vele ook, tot hun recht kunnen komen, hun functie, hun roeping kunnen vervullen. Maar, zodra we dit constateren: dat die ruimte er is, hoewel je die soms moet zoeken, moeizaam voor jezelf ontdekken en langzaam inrichten, zodra we constateren dat die ruimte d'r is wordt de profetie tot een reeks moeilijke vragen: ben ik werkelijk vrij, ben ik bevrijdend bezig, kan ik hoop geven, kan ik troosten, doe ik het ook? Vorige week hoorden we in de preek dat we de wereld, gelukkig, niet hoeven te redden.  De redding komt van Godswege. Het is God die voor vervulling zorgt. Maar wij hebben onze gaven, onze talenten, onze mogelijkheden en we krijgen de ruimte om er gebruik van te maken: wie we ook zijn, wat we ook van onszelf vinden, hoe gering we onze krachten inschatten. Niemand is onbelangrijk, niemand kan gemist worden. In een kleine kerk, als de oud-katholieke, al helemaal niet. Mensen zijn de schat van de kerk, schreven we in de brief, die als het goed is, ieder van u deze week heeft ontvangen, i.v.m kerkbalans. Al de kostbare mensen van God... Ieder met zijn of haar eigen inbreng die gezien en geacht wordt. Zo proberen we, met vallen en opstaan, ongetwijfeld, want ook als kerk zijn we verre van volmaakt, zo proberen we toch iets van die profetische belofte waar te maken. En daarom slaan we de profetie van Jesaja en het evangelie van vandaag niet over. Met alle begrip voor iedereen die zegt dat 'ie daar niet in kan geloven, door wat er om hem heen of in hem gebeurt, willen wij het toch weer horen. Niet alleen om te horen wat ons te doen staat, wat wel binnen het bereik van onze handen ligt. Van ieders handen. Het is zeker belangrijk, want in elk gebaar van zorg voor een arme, van aandacht voor een blinde, overal waar een mens bevrijd wordt uit zijn verleden en uit onze vooroordelen, overal waar een schuld wordt kwijtgescholden, wordt zichtbaar gemaakt dat het genadejaar van de Heer elk moment kan aanbreken. Maar we willen ook horen dat wíj kostbaar zijn en belangrijk, en de moeite waard. Dat de bevrijdende en levendmakende ruah van de Heer ook in ons en aan ons werkt. Wij willen het horen, voelen, proeven. En dat kan: hier en nu.

 

Jarek Kubacki

 

 

 

Oud-katholieke parochie Amsterdam | Techniek: Sync. Creatieve Producties